The silence of unlaboured fields
lies like a judgement on the air
a human voice is never heard
the sighing grass is everywhere
the sighing grass, the shadowed sky
the cattle crying wearely

Where are the country people gone?
where are the sundark faces now?
the love, that kept the quiet heart?
the strength, that held the heavy plough?
Grasslands and lowing herds are good
but better: human flesh and blood.

Joseph Campbell (1879-1944)

Er is een verschil tussen landschap dat altijd natuur is geweest, en landschap dat ooit bewoond en bewerkt is geweest door mensen. Door mensen die op een bepaald moment in de tijd zijn vertrokken, en hun huis en land hebben achtergelaten. “Waste land”.

Ierland, en vooral de hele westkust is vol “wasteland”.

Bewoond geweest en nu gestaag, in jaren en jaren, weer vol wijsheid en liefde door moeder aarde omarmd en overdekt met een groene mantel van bomen planten en struiken.
Eeuwen en eeuwen leefden de Ieren bij voorkeur niet in steden of dorpen maar als families in kleine nederzettingen op “goede plekken” in harmonie met de natuur, altijd bij bronnen, bij stromend water. De eeuwenoude resten van deze “clachans” zijn nog overal in het ierse landschap zichtbaar want de overvloed aan ruimte in het Ierse landschap maakt opruimen overbodig.

Zo’n plek, waar de oerkrachten van moeder aarde langzaam maar zeker de verlaten, nog zichtbare en voelbare resten van mensenleven hebben overgenomen, is Annagh More.
Een verlaten clachan, een hoop vervallen huisjes halverwege de heuvel.
De lange bochtige oprijlaan naar boven wordt langzaam groener en onbegaanbaarder. En eenmaal boven is de stilte stil en intens, want langvervlogen mensen lief- en leed hangt nog tussen de bomen, ruist nog in de struiken en is nog zichtbaar in resten van ooit zo zorgzaam gestapelde muren en ingevallen daken: een vlierstruik groeit fier uit een nog overeind staande schoorsteen. Een verweerde houten voordeur, nog heel, maar onbereikbaar geworden achter een uitbundige haag fuchsia en klimop. Door een gapend raamgat: een verlaten stoel een tafel en een kast, kaal, nog niet in de armen genomen door klimop en braamstruiken.
Hier is hard gewerkt sinds mensen de plek verlieten: reuzensparren raken de wolken, es en meidoorn hebben vrij spel, klimop en braam kruipt weelderig woekerend over de bodem. Vogels laten zich uitbundig horen.

Een veldleeuwerik wijst de weg naar beneden, naar iets lager. Daar staat een groter huis, twee verdiepingen, eenvoudig, robuust en puur. Van boven af, tussen bomen en struiken door, schijnbaar net zo verlaten. Maar het dak is nog heel. En dichterbij gekomen maken twee grote naar binnen openslaande tuindeuren een wonderlijk andere indruk dan de oude bekende kleine vensterramen.
Hier is iets gaande. Mensenhanden zijn weer aan het werk in Annagh More. Aan de zijkant van het huis een nieuwe aanbouw met een nieuw schuin dak, minder schuin dan de oud bekende daken. Gaten wijzen de plek waar deuren en ramen zijn bedacht, de vloer van stevig isolatiemateriaal ligt rustig te wachten op afbouw. Het huis van binnen is nog kaal, zorgvuldig gestript van vergane lagen mensenleven. Hier voelt de stilte